INSECTENHOTEL


 

 

 

Locatie: Achter basisschool de Biezenkring

Wie zijn onze hotelgasten?

 

Bijen, wespen en hommels

Solitaire bijen, wespen en hommels leven niet in een volk zoals de honingbij met een koningin. Er zijn zowel mannetjes als vrouwtjes. Een bevrucht vrouwtje maakt een nestplaats in hout of steen (zoals de behangersbij en de muurwesp), maar er bestaan ook soorten die een hol in de grond maken (zandbij, graafwesp).

De beschermde behangersbij nestelt in diepe holtes in dood hout en in holle plantenstengels. Wanneer zij haar larven ter wereld brengt, snijdt ze met haar kaken ronde en ovale stukken van de kelkblaadjes van rozen, die zij gebruikt als bekleding voor de langwerpige gang, en tevens om de cellen voor de larven van elkaar te scheiden. Wanneer de gang vol is, sluit ze deze ook weer af met rozenblaadjes. Andere soorten zoals de metselbij doen dat met zand, klei of steentjes.

Vlinders

Vlinders die overwinteren zoeken graag beschutte plekjes zoals spleten in woningen en schuurtjes of tussen dubbele muren en in gevangen gebladerte. Ook zijn speciale vlinderkasten beschikbaar bij organisaties zoals de Vlinderstichting, voorzien van verticale spleten die als ingang dienen, rekening houdend met de gevoelige vleugels van de dieren.

Parasitaire insecten

Op insectenhotels zullen ook Parasitaire insecten af komen. Koekoeksbijen en sluipwespen leggen hun eitjes op die van de andere insecten waarna deze als voedsel voor de larven dienen.

Andere kruipers

Roofinsecten leven onder meer van de schadelijke bladluis. Oorwormen kan een plek worden geboden in fruitbomen door terracotta bloempotjes, gevuld met een prop stro of houtwol, omgekeerd op te hangen. Voor lieveheersbeestjes zijn kistjes bruikbaar die veel kleine ruimtes bij elkaar bieden, zij overwinteren graag in groepen. Pissebedden hebben nut als afval opruimer in de tuin, ze zoeken ruime spleten tussen gestapelde stenen of dakpannen om te nestelen of te schuilen.

 

Enkele van de bezoekers uitgelicht:

 

Gewone behangersbij (Megachile versicolor)

Deze bij heeft een roodgekleurde buikschuier, behalve de laatste twee segmenten die zijn zwart. De Gewone behangersbij heeft verder witte haarbandjes op de randen van de achterlijfsegmenten. Ze is minder behaard dan de Ericabij.
 
De soort vliegt vanaf eind mei tot begin augustus soms gevolgd door een tweede generatie in eind augustus en september. Nestelt in dood hout (bestaande kever-gaten of holle plantenstengels) op zonnige, open plekken bijvoorbeeld langs bosranden en in tuinen. Kan ook zelf een gang graven in bijvoorbeeld met merg gevulde braamstengels. Als bouwmateriaal gebruikt de Gewone behangersbij bij voorkeur blad van roos of sleedoorn.

Komt in Nederland verspreid voor, met name op de hogere zandgronden en de kustduinen, ook op de waddeneilanden.

Gaasvliegen

De groene gaasvlieg is de meest voorkomende soort. Volwassen gaasvliegen zijn 23-30 mm groot, slank en geelgroen. De gaasvlieg lijkt enigszins op een mug maar de vleugels zijn veel groter, ronder en duidelijk fijn geaderd. De eieren zitten op doorzichtige steeltjes en zijn wit tot groenwit van kleur. De larven hebben grote kaken en goed ontwikkelde poten. De larve is crèmekleurig met twee bruine banden over het lichaam.

Bladluizen vormen het enige voedsel van de larven die echte vreetmachines zijn en lijken op de larven van lieveheersbeestjes. Volwassen gaasvliegjes leven van stuifmeel, nectar en honingdauw. Bij een constante temperatuur van onder de 10 graden Celsius vindt er geen volledige ontwikkeling van deze soort meer plaats. Larven zijn bij een temperatuur van rond de 13 graden Celsius nog goed actief. Er komen twee generaties per jaar; in de winter overwintert het volwassen insect vaak in gebouwen. Tijdens deze rustperiode kleurt de gaasvlieg bruin, maar in de lente krijgt het weer zijn groen kleur.

Tijdens de zomer en het begin van de herfst veroorzaken gaasvliegen slechts zelden overlast.
Als het weer koeler wordt zoeken ze beschutting in hoeken en gaten in huizen en andere gebouwen. Naarmate de temperatuur verder daalt zoeken ze meer bescherming en vormen vaak enorme clusters van honderden vliegen.
Het komt regelmatig voor dat hetzelfde gebouw ieder jaar opnieuw door de vliegen gebruikt wordt om te overwinteren.
Gaasvliegen treft men vaak aan i.c.m. de overlast van andere overwinteraars. Ze richten geen schade aan, maar zijn door de grote aantallen wel bijzonder hinderlijk.

Lieveheersbeestje Coccinella septempunctata

Geen enkel diertje kent zoveel verschillende namen als het lieveheersbeestjes. Mariakevers, Heiligenkevers, Lievevrouwenworpjes, Hemelskoetjes, Zonnekevers of Gelukskevers, het zijn er slechts enkele. Ze worden gezien als de voorboden van voorspoed en geluk.
De meeste lieveheersbeestjes en hun larven leven van bladluizen en daarom worden ze in de glasteelt ook gebruikt om bij de bestrijding van plagen te helpen.
De kleurige soorten hebben een sterke en vieze geur en smaken slecht, zodat vijanden ze niet gauw zullen eten.
Wist je dat het aantal stippen niets te maken heeft  met de leeftijd?

 

Zo zijn er nog veel meer bezoekers te noemen, wist u dat bij ons insectenhotel regelmatig een egel te vinden is? Wilt u graag meer weten over wat u kunt doen om onder andere de bij te helpen? Klikt u dan hier!